JUNI 2019

IN HET NIEUWS

De "Japanisering" van Europa?

  • Ofwe dat nu willen of niet, alles blijft in de richting wijzen van de “Japanisering” van Europa - met enkele verschillen. Dat er tussen Europa en Japan overeenkomsten zijn op macro-economisch vlak staat vast:
    • Lage groei, lage inflatie en lage rente zijn er slechts enkele.
    • Sinds de jaren 1990 kampt Japan met een extreem hoge overheidsschuld en bijzonder lage en zelfs negatieve inflatie en groeipercentages. Pas in 2016 bereikte het nominale bbp van Japan opnieuw het niveau van 1997. Vorig jaar bedroeg de Japanse schuld in verhouding tot het bbp 238% en sinds 1994 is de reële inflatie vrijwel de helft van de tijd negatief. Deze trend tekende zich de voorbije jaren ook af in de eurozone. In Griekenland steeg de overheidsschuld tot 183% als gevolg van de financiële crisis in Europa. Spanje werd van 2014 tot 2016 gekenmerkt door deflatie en Italië had van 2008 tot 2013 te kampen met voornamelijk negatieve groeipercentages.
    • Ook op demografisch vlak liepen de trends gelijk. Hoewel de Japanse bevolking de oudste ter wereld is, begon de arbeidsbevolking binnen de eurozone in 2009 in te krimpen en deze schattingen houden al rekening met enige mate van aanhoudende immigratie voor de volgende decennia volgens Eurostat-gegevens. In theorie zullen de loonstijgingen in een vergrijzende economie naar verwachting gedempt worden door het stijgend aantal gepensioneerden, waardoor de economische groei kan vertragen. Japan is hiervan een goed voorbeeld; de loonstijgingen bleven beperkt ondanks de lage werkloosheid en een dalende beroepsbevolking.
  • Of dit zal uitgroeien tot een structurele toestand valt nog af te wachten, maar de impact op de aandelenmarkt is op sommige punten reeds tastbaar.
    • Europese en Japanse aandelen hebben op 20 jaar tijd, in plaatselijke valuta, hetzelfde rendement opgeleverd (respectievelijk -5% en -9%), wat sterk in tegenstelling staat tot de VS (+91%) en de vrees bevestigt dat Europa stilaan terechtkomt in een deflatoire valkuil zoals Japan.
    • In euro uitgedrukt deden Europese aandelen het aanmerkelijk beter dan Japan, met een totaalrendement van 95% tegenover 77%. Overlapping van de prestaties sinds het begin van hun respectieve crisissen (juli 2007 voor Europa en januari 1990 voor Japan) zorgt voor een gelijkaardige afloop, met een koersrendement en totaalrendement voor de MSCI Europe index van -7,5% en 41% tegenover -59% en -57% voor de MSCI Japan index in plaatselijke valuta.
  • Als we kijken naar de oorzaken, dan vertonen zowel de zogenaamde “Japanse ziekte” als de eurocrisis overeenkomsten. Tijdens de jaren 1990 leidden onrendabele leningen, obligaties en bedrijfsschulden en een relatief ontregelde financiële markt tot een bubbel op de markt en de daaropvolgende financiële crisis. Een gelijkaardige, zij het diepe financiële crisis trof Europa en de hele wereld in 2008, waardoor beide crisissen enigszins vergelijkbaar zijn.
  • Ook al is Europa kwetsbaar voor Japanisering, toch is dit nog niet het geval. De huidige toestand van de eurozone verschilt nog van de toestand in Japan.
    • Het inflatiepercentage van Japan heeft de door de centrale bank beoogde prijsstabiliteit van 2% niet behaald sinds 1993, afgezien van een btw-verhoging in 2014, en kende 12 deflatoire jaren sinds 1991. Het inflatiepercentage in de eurozone daarentegen heeft deflatie jaarlijks vermeden in de nasleep van de crisis.
    • Verder is de overheidsschuld in Japan torenhoog opgelopen tot bijna 240% van bbp, terwijl deze in de eurozone gedaald is van 91,8% in 2014 tot 86%.
    • En bovendien hebben de beleidsmakers in de eurozone heel wat maatregelen getroffen om een andere Japanse ziekte te voorkomen. Denk maar aan de reddingsacties voor banken, voor overheden en aan de acties van de ECB. Op zijn minst wat betreft het bestrijden van de symptomen, hebben de autoriteiten binnen de eurozone veel sneller ingegrepen dan hun Japanse collega’s.
  • De Japanisering van de eurozone betekent “langer laag”, volgens de economen van ING.
    • Een “Japanisering” van Europa is niet helemaal negatief. Japan doet het op heel wat vlakken bijzonder goed, ondanks de economische ontwikkelingen. Volgens de Better Life index van de OESO behoort Japan tot de top wat betreft prestaties van de studenten, levensverwachting en veiligheid op het werk, betere prestaties op het vlak van tewerkstelling, inkomen en veiligheid in het algemeen. Inflatie en groei zouden niet de enige indicatoren mogen zijn voor het welzijn van een economie.
    • Helaas zullen deze meer gunstige kenmerken wellicht niet voldoende zijn voor het welzijn van de ECB. De huidige toestand en de vooruitzichten van enige vorm van Japanisering ondersteunen het standpunt dat de rente veel langer laag zal blijven (meer informatie in het hoofdstuk over aandelen).